Met deze houding past Harper naadloos in een ander keurslijf; dat van de inventieve alternatieve Britse nadenksinger-songwriter. Een stroming waartoe onder andere ook Michael Chapman, Richard Thompson en John Martyn behoorden. In ieder geval levert het interessante en veelzijdige, maar ook erg veeleisende muziek op. Ik heb nooit om gemakkelijke muziek gevraagd, maar dit is wel een hoop gedoe. Af en toe komt er een flard glamrock voorbij, dan weer is het akoestisch en ingetogen, maar steeds lijkt Harper naar een climax toe te werken die niet komt. Dat vraagt veel van de luisteraar. Van mij wel althans, want ik zit de hele eerste kant zwetend op het puntje van mijn stoel te wachten op iets dat niet komt. Als Roy er even genoeg van heeft en uit wil blazen, komt gitaarheld Jimmy Page (ja, van Led Zeppelin) krassend en knerpend voorbij om de plaat doormidden te zagen. Hard werken, dat is het. South Africa, het laatste lied van de eerste kant, is dan ook een regelrechte verademing. Mooi, ingetogen, echt een rustpunt. Dit is Mijn Vriend Roy zoals ik ‘m ken van eerdere lp’s als Come out fighting, Ghengis Smith, maar voordat we elkaar goed en wel lachend in de armen kunnen vallen is hij alweer weg.
Tom